Skip to content
Home arrow Vorige tentoonstellingen arrow Les Mondes de Gotlib
De werelden van Gotlib

De werelden van Gotlib

Exposition du 14 novembre au 8 Mars 2015


In deze tentoonstelling, die samenvalt met de 80e verjaardag van de kunstenaar, zijn meer dan 150 originele platen te zien, evenals foto-archieven, manuscripten en geluids- en beeldfragmenten. Deze platen werden voor het eerst tentoongesteld in het MAHJ in Parijs. Het is een eer voor het Joods Museum van België om ze nu te mogen tentoonstellen.
Marcel Mordechaï Gottlieb werd geboren in Parijs op 14 juli 1934 in een gezin van geëmigreerde Hongaarse joden. Ervin Tzvi Gottlieb, zijn vader, was huisschilder, zijn moeder, Régine, werkte als naaister. Hij groeit op in het 18e arrondissement. Als kind moet hij zich verstoppen om te ontsnappen aan de jodenvervolging in bezet Frankrijk – zijn vader, die was gedeporteerd, wordt in Buchenwald vermoord in februari 1945. Deze traumatische ervaring laat een sterke indruk na op Gottlieb. Deze tentoonstelling geeft een overzicht van zijn leven en zijn werk. Ze is zowel chronologisch als thematisch opgebouwd.

Het begin
In 1952 volgt Marcel Gotlieb avondlessen bij tekenaar Georges Pichard aan de Hogeschool voor Toegepaste Kunsten Duperré. Hij leert er reclametekenen, ontdekt het plezier van belettering en raakt geboeid door het werk van R. H. Munsch, L'Ecriture et son dessin. In de praktische werken komt zijn talent als striptekenaar en satirist, zijn zin voor het spel, al naar boven.

In 1962 debuteert hij in de krant Vaillant – Le Journal de Pif (die in 1969 Pif Gadget wordt). Hij creëert er de figuren van de reeks “Nanar, Jujube et Piette”. In juli 1964 voegt hij hier een hond aan toe die nooit lacht, Gai-Luron, een van de grootste toekomstige helden van zijn werk. In 1962 neemt hij de artiestennaam “Gotlib” aan.

Het avontuur van Pilote, L’Écho des Savanes en Fluide Glacial
In maart 1965 treedt Gotlieb toe tot het team van het tijdschrift Pilote, dankzij René Goscinny, die zijn geestelijke vader wordt. Door bijdragen te verzamelen van andere gevestigde schrijvers, zoals Albert Uderzo, Jigé of Sempé, wordt het weekblad ook een kweekvijver voor nieuwe talenten, onder meer Claire Bretécher, Nikita Mandryka, Jean Solé, Gébé, Cabu, Greg, Jacques Tardi, Hugo Pratt... Goscinny en Gotlib maken een nieuwe rubriek, "Les Dingodossiers", geïnspireerd op Mad, de Amerikaanse krant die werd opgericht door tekenaar Harvey Kurtzman. Ze maken een nieuwe soort humor, gebaseerd op pastiche, parodie en taal. Goscinny geeft Gotlieb in 1967 de opdracht zijn eigen rubriek te maken. Zo ontstaat de "Rubrique-à-brac", die zich toespitst op de wereld van de kinderen en op de verhoudingen tussen volwassenen en kinderen. Hij legt er de basis voor zijn oeuvre.

In 1972 publiceren Gotlieb, Bretécher en Mandryka L'Echo des savanes. Dit driemaandelijkse tijdschrift weigert elke censuur, wat onbegrip en afkeuring wekt, met name bij Goscinny. Drie jaar later lanceert Gotlieb samen met Jacques Diament en Alexis het satirische tijdschrift Fluide Glacial, waarvan de ondertitel magazine d'Umour et de Bandessinées het programma aankondigt. Gotlieb verzamelt een team van kunstenaars, onder wie Binet, Goossens, Franquin, Moebius, Bretécher, Fred, Loup, waarbij zich ook vele jonge auteurs voegen.

Zowel in zijn tekeningen als in zijn teksten balanceert Gotlib tussen lachwekkend en absurd. Zijn voorliefde voor zelfportretten, grappen, satire, zwarte humor en woordspelletjes vormt de motor achter een uitstekende beheersing van het verhaal, wat hij ook zal uittesten in de cinema. Zijn personages – Isaac Newton, "la Coccinelle" (het lieveheersbeestje), Gai-Luron, professor Burp, Superdupont, Hamster Joviaal, Bougret en Charolles – vormen een apart repertorium binnen de strip.

Pastiches en parodieën
Door de iconen en de sociale rituelen te pasticheren zegt Gotlieb wat iedereen denkt: hij verplaast, keert om en draait om. De helden die altijd in zijn werk terugkomen doen dienst als zijn spreekbuis of worden zelf het doelwit. De door Gotlieb in het leven geroepen pastiches en parodieën hebben de vormen van de eigentijdse Franse humor omver gegooid door niet alleen de stripkunstenaars te beïnvloeden, maar ook de audiovisuele, cinematografische en literaire creatie en het humorspektakel.

De hoogtevrees van het absurde
Door zijn satirische verve en zijn zin voor het absurde is Gotlieb een erfgenaam van de lange traditie van de joodse en Angelsaksische humor, omdat hij meedogenloos en bitter is en tot het uiterste gaat, gevoed door een diepe zin voor tragiek en zelfspot. Men vindt er de humor van de Marx Brothers, Laurel en Hardy, Charlie Chaplin, Buster Keaton en ook Jerry Lewis in. De zelfspot van Gotlieb lijkt evenveel op dit opvoeren van zichzelf als op de humor van de radelozen tegenover het gewone antisemitisme, de pogroms, de Shoah. De humor van zij die alleen verder kunnen blijven leven als ze aanvaarden te leven met het onherstelbare.

Gotlieb a eu des moments d'indignation, lors de la parution notamment du “Spécial Hitler” dans le n°100 de Pilote d'avril 1973. Il est révolté par la manière dont les auteurs traitent le dictateur et déclarera plus tard: “On ne fait pas “de l'esprit” sur Hitler: on l'écrase! Par l'humour, si l'on veut, mais on l'écrabouille!”.

De libertair en de censor
De ervaring van de vervolging, de bespiegeling over de Shoah en de gevolgen ervan hebben van Marcel Gotlieb een criticus en een libertair gemaakt. Tegenover een dodelijke wereld zwaait Gotlieb met de onschuld van de kinderen en met de menselijkheid van de dieren. Gai-Luron, het Lieveheersbeestje en anderen zijn de getuigen van de excessen van de mens die door zijn verlangens en instincten wordt herleid tot een dier. In L’Écho des savanes en vervolgens in Fluide glacial verkent hij de gebieden van de seksuele aandriften en haalt hij de godsdiensten door de mangel, terwijl de personages van Superdupont, Lob, Alexis en Solé dienen om de spot te drijven met de bekrompen obsessies van een Frankrijk dat zich op zichzelf heeft teruggeplooid.

Gotlieb heeft momenten van verontwaardiging gekend, bij de verschijning van de "Hitlerspecial" in nr. 100 van Pilote van april 1973. Hij uit zijn afgrijzen over de manier waarop de auteurs Hitler behandelen, en later zal hij verklaren: "Geestig doen over Hitler, dat doet men niet: men legt hem het zwijgen op! Met humor als men wil, maar hij moet worden vermorzeld!".

De trek, de ruimte en de letter
De precisie van zijn belettering geeft de letters hun volle kracht. Zoals hij het formuleert zijn het tegelijk tekeningen, tekens, geluiden en ideeën. Hij is verliefd op de letter en doordrongen van de oude joodse overtuiging dat elke letter een wereld is waarvan de betekenis verborgen is. Door ze te ontplooien in de ruimte van de pagina of de prent geeft hij ze spanning, maakt hij ze explosief of vervagend.

Gotlieb stopt rond 1986 met tekenen. Er zijn geen films die gewijd zijn aan zijn manier van tekenen. Er is niets van kladwerk, aanzetten of schetsen dat ons iets kan leren over zijn creatieve proces, zijn aarzelingen en het zoeken naar de juiste compositie. Zijn platen bevatten het begin en het einde van zijn denken en zijn handelen.

Commissaris van de tentoonstelling in Brussel : Pascale Falek-Alhadeff
 

Adres

Joods Museum van België
Minimenstraat, 21
1000 Brussel
02 512 19 63